Nieuwsbrief aanmelden

U dient zich eerst in te loggen voordat u zich kunt inschrijven op de nieuwsbrief. « Terug | Printen

Column



mei / juni 2017

Door de hoge prijs van sommige nieuwe geneesmiddelen wordt het voor beleidsmakers steeds moeilijker om medische budgetten en behoeften in evenwicht te houden.

De laatste jaren zijn antivirale middelen voor de behandeling van chronische hepatitis C beschikbaar gekomen. Deze middelen worden aangeduid als ‘direct werkende antivirale middelen’ omdat ze inwerken op specifieke processen in de virusreplicatie. Het gaat hier om de middelen daclatasvir, dasabuvir, elbasvir, grazoprevir, ledipasvir, ombitasvir, pariteprevir, simeprevir, sofosbuvir en velpatasvir die of in combinatie met elkaar of met de klassieke antivirale middelen tegen hepatitis C gebruikt worden. Met deze nieuwe middelen wordt in het algemeen een veel hogere eradicatiegraad bereikt dan met de klassieke middelen en dat met een kortere behandelingsduur en een lager risico op ongewenste neveneffecten en interacties met andere medicamenten.

De prijs van deze middelen kan echter oplopen tot wel 100.000 euro voor een behandeling van drie tot zes maanden. Voor de overheid ligt hier een taak om door onderhandelen met de fabrikanten de prijs te drukken. Of deze hoge prijs gerechtvaardigd is, is onderwerp van veel discussie. De geneesmiddelproducent zegt de hoge prijs te moeten berekenen om de hoge onderzoekskosten terug te verdienen en zo nieuw onderzoek naar meer vernieuwende geneesmiddelen mogelijk te maken. Vergeten wordt dan dat veel doorbraken in de medische wetenschap gebaseerd zijn op onderzoek door universiteiten en andere onderzoeksinstellingen die door de overheid worden betaald of gesubsidieerd.

Wat de reëele kosten voor ontwikkeling en productie van een geneesmiddel ook zijn, feit is dat transparantie ontbreekt en de prijs de maximum prijs is die de samenleving ervoor wil betalen.

R.J.Buitenhuis
Hoofdredacteur FUS

N