Wachtwoord vergeten



e-mailadres:
« Terug | Printen

Column


maart / april 2018

In Europa leven veel mensen met een voedselallergie, althans dat vinden ze zelf. De prevalentie van een zelf gerapporteerde voedsel allergie bedraagt 20 tot 30%. Wordt echter gekeken naar studies waarbij de provocatie test wordt uitgevoerd dan blijken de percentages veel lager te liggen, met een prevalentie tussen de 0,2 en 3,1%. Het verschil toont aan dat bij mensen met een vermeende voedselallergie eerder gedacht moet worden aan een intolerantie. Abnormale reacties op voedingsmiddelen kunnen immers zowel immunologisch als niet-immunologisch zijn.
Een voedselallergie wordt gedefinieerd als een abnormale reactie van het lichaam ten gevolge van een specifieke immuunrespons die bij herhaling optreedt bij de blootstelling aan een bepaald voedingsmiddel. Deze immuunrespons kan IgE- of niet IgE-gemedieerd zijn. Bij IgE-gemedieerde voedselallergie worden specifieke IgE-antistoffen aangemaakt tegen een bepaald eiwit of antigeen. IgE-gemedieerde reacties treden meestal snel op na inname van een bepaald allergeen, ze doen zich voor bij elke blootstelling en ze zijn potentieel levensbedreigend. Niet-IgE-gemedieerde reacties hebben daarentegen een uitgesteld verloop van het ontstaan van de klachten. Een voorbeeld hiervan is coeliakie.
Daarnaast bestaan er ook niet-immuungemedieerde reacties op voedingsmiddelen. Dit wordt een voedselintolerantie genoemd. Een voedselintolerantie geeft niet noodzakelijk klachten bij elk contact met een bepaald voedingsmiddel en kan beïnvloed worden door de hoeveelheid of vorm van het voedingsmiddel dat wordt ingenomen.

R.J.Buitenhuis
Hoofdredacteur FUS