Stollingsafwijkingen en de anticonceptiepil (Medicatieveiligheid) (MFM 2016;6(3):41-5)
Het gebruik van de anticonceptiepil (OAC) is geassocieerd met veneuze trombose. Het is gelukkig een zeldzame bijwerking. Het risico van trombose kan echter toenemen wanneer er naast OAC-gebruik sprake is van andere risicofactoren voor trombose zoals een erfelijke stollingsafwijking.á Bij vrouwen met een ernstige stollingsafwijking (antitrombine-, prote´ne C- of prote´ne S-deficiŰntie) neemt het tromboserisico tijdens OAC-gebruik sterk toe. OAC-gebruik wordt daarom bij deze vrouwen afgeraden.
Betrouwbare alternatieve anticonceptiemethoden zijn ovulatieremmende progestageen-monopreparaten (desogestrel-bevattend monopreparaat), een levonorgestrel-bevattend spiraaltje of koperspiraaltje (> 300 mm2 Cu). Ook bij vrouwen met een milde stollingsafwijking neemt het tromboserisico toe tijdens OAC-gebruik, maar de toename in risico is veel groter tijdens de zwangerschap en post-partumperiode. Als bij deze vrouwen wordt besloten OAC-gebruik te stoppen of af te raden, is daarom goede alternatieve anticonceptie nodig. Daarom wordt geadviseerd om in plaats van het strikt contra-indiceren van OAC-gebruik, deze vrouwen uitleg te geven over alle beschikbare anticonceptiemethoden, inclusief een OAC. Daarbij worden het tromboserisico, het risico op onbedoelde zwangerschap en eventueel andere aanwezige extra risicoĺs van trombose besproken. Zo kunnen deze vrouwen een ge´nformeerde keuze maken voor de meest geschikte anticonceptiemethode. Wanneer geen andere risicofactoren aanwezig zijn, kunnen deze vrouwen een OAC gebruiken indien betrouwbare alternatieve anticonceptiva niet acceptabel zijn, omdat in deze situatie het risico van een zwangerschapsgerelateerde trombose hoger is dan het risico van trombose tijdens OAC-gebruik.
« Terug | Printen